Japanese B2.1 – Marugoto B1 Overzicht
Unit 1: Sport bespreken
- Uitnodigen en reageren
- Niet kunnen gaan uitleggen
- Wedstrijden bespreken
Grammatica & woordenschat:
~なきゃ / ~なければならない (moeten)
~さ (zelfstandig naamwoorden van bijvoeglijke naamwoorden)
がんばれ! / 負けるな! – " Succes! " / " Niet verliezen! "
勝つ (katsu) – Winnen
負ける (makeru) – Verliezen
Unit 2: Wonen
- Woonwensen bespreken
- Saying what’s important in a house
- Advertenties lezen
Grammatica & woordenschat:
~ば (voorwaardelijk)
~ても / じゃなくても (zelfs als)
家 (ie) – Huis
近所 (kinjo) – Buurt
遠い (tooi) – Ver
安全 (anzen) – Veilig
Unit 3: Eten bespreken
- Eten en internationale gerechten
- Talking about food from different countries
- Favorieten beschrijven
Grammatica & woordenschat:
~みたいな (ケーキみたいなパン) – "Like" (e.g., "ケーキみたいなパン" = "Bread that’s like cake")
~すぎる (からすぎる, おおすぎる) – "Too much" (e.g., "辛すぎる" = "Too spicy")
おいしい (oishii) – Lekker
食べ物 (tabemono) – Eten
健康 (kenkou) – Gezondheid
材料 (zairyou) – Ingrediënten
Unit 4: Talen leren
- Leermethoden bespreken
- Tips geven
- Reading about someone’s language-learning journey
Grammatica & woordenschat:
~ようにする (proberen te doen)
~と思う (van plan zijn / denken)
自信 (jishin) – Zelfvertrouwen
簡単 (kantan) – Makkelijk
むずかしい (muzukashii) – Moeilijk